Naar aanleiding van het ongeluk was het openbaar ministerie van mening dat de bestuurder een zekere mate van schuld had.

Tijdens de rechtzaak hebben we gebruik gemaakt van ons spreekrecht.

Deze tekst hebben we samen gemaakt met Marieke van Roon van slachtoffershulp.

Dit was het verhaal wat ik (Marion) die dag heb verteld:

Onze middelste, onze lieve sylvia,was een spring in het veld. Ze kon heel vrolijk, maar ook heel boos zijn.

Ze was extreem in het uiten van haar gevoelens. Het was een spontaan en open meisje,op straat zei ze iedereen gedag en iedereen kende haar ook.

Ze wist wat ze wilde en ging er voor, een echte doorzetster. Een meisje waarvan we wisten dat ze het zou redden in het leven.

Ze was sportief, ze turnde en was vaak aan het skeeleren.

In huis was ze aanwezig,een heerlijke kletskous die s'morgens vaak bij ons in bed kroop om dan te vragen of de televisie aan mocht.

Op school ging het ook goed. Sylvia wilde later zelf ook juf worden,we zagen het haar echt doen.

Ze had veel vriendinnetjes met wie ze net een feest had gevierd omdat ze in de vakantie jarig zou zijn.

Van hun had ze geld gekregen voor het mooie stepje die ze zo graag wilde hebben en die dag ook kreeg.

Een dag als alle andere,Sylvia stept van school naar huis voor mij uit en Ilse en ik zijn op de fiets.

Als het licht groen is steekt ze over en dan gaat het fout.

Het beeld van sylvia op de koude grond te zien liggen is vreselijk,ilse kan nog steeds in detail vertellen wat ze toen heeft moeten zien.

En dan gaat alles zo snel en staat de wereld stil als we in het ziekenhuis na ,voor ons gevoel uren durend wachten,met sylvia's lichaam heriningd worden.

Daniel hoort zijn vader buiten het ziekenhuis huilen,het maakt diepe indruk op hem.

Vol ongeloof gaan we terug naar huis in het besef dat alles voorgoed veranderd is.

Eindeloos zwaar is het om iedereen te moeten vertellen dat Sylvia er niet meer is.

Het lichaam van Sylvia staat in de kamer,we willen haar zo lang mogelijk in ons midden hebben.

Ik zoek de kleren uit die Sylvia aan gaat krijgen.

Al snel verzamelen zich veel mensen om ons heen,we voelen ons gesteund en omringd door een warmte die ons door de dagen draagt.

Nachten zitten we naast ons meisje en langzaam groeien we naar het moment van het definitieve afscheid.

Het was een moeilijke en ook bijzondere week,de begrafenis was overweldigend.

Twee schoolklassen lopen voor ons uit als we Sylvia naar haar laatste rustplaats brengen.

Dan komen we terug in een huis dat voor altijd een stuk stiller zal zijn.

De vakantie moet worden afgezegd,het voelt of het leven stil staat. Alsof we niet meer begrijpen waarom we boodschappen doen en eten.

DaniŽl en Ilse houden ons op de been. Ilse praat honderduit over haar zus,DaniŽl is heel stil.

We krijgen professionele hulp,het helpt te praten maar niets en niemand maakt het onvermijdelijke ongedaan.

Sylvia is er niet meer en toch is ze er meer dan ooit.In alles wat we doen,denken en voelen is ze erbij.

Wat is het zwaar,de dag van haar verjaardag en alle feestdagen die geen feestdagen meer zijn.

De hele zomer horen we kinderen buiten spelen met een diep verlangen naar de geluiden van Sylvia die op weg is naar huis.

De hoop dat de deur openvliegt en ze opeens weer binnen stapt met haar blonde haren en vrolijke lach.

Haar gemopper als het niet zo ging als zij wilde. Haar bed die onbeslapen blijft.

De vlindertekeningen die we koesteren maar nooit meer aangevuld zullen worden.

Hoe zou ze als puber zijn geweest? Hoe zou ze het op de middelbare school hebben gedaan?

Zou ze trouwen en reizen maken,zelf moeder worden alle dromen die we hebben voor onze kinderen,die van Sylvia zijn verwoest.

We kunnen alleen nog fantaseren hoe ze haar leven zou hebben geleid.

We zien haar vriendinnetjes weer naar school fietsten en groter worden,dat geeft een diep gevoel van onmacht.

En het wrange is dat het niet had gehoeven. Sylvia keek altijd goed uit en was voorzichtig en had een groot verantwoordelijkheidsgevoel.

En nu is ze door iemand die niet goed uit kijkt van het leven beroofd.

We begrijpen echt wel dat het geen opzet was,maar de bestuurder heeft zijn gezin nog compleet en wij zullen nooit meer compleet zijn.

De lege plek in huis,in de klas,in de buurt met haar vriendinnetjes,de lege plek als we in de auto in de spiegel kijken en er eentje missen op de achterbank,die plek zal levenslang zijn.

De dag van de rechtzaak vond ik heel zwaar,gelukkig werden we deze dag ook gesteund door familie en door jan en Heidi en Bob en Lesley.

Ook waren de politieagenten die als eerste ter plaatse waren erbij. Met hun heb ik later ook nog eens een nagesprek gehad wat heel fijn was voor mij en Helena.

Na afloop van de zitting hebben we de chauffeur ook nog even kort gesproken, dit was een erg emotioneel moment, maar is zeer belangrijk voor het verdere verwerkingsproces.

Hieronder de uitspraak van de rechtbank te Haarlem.

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer :

15/710188-09

Uitspraakdatum: 26 maart 2010

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

12 maart 2010 in de zaak tegen:

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

(feit 1

primair)

hij op of omstreeks 16juni 2009 te Purmerend als verkeersdeelnemer, namelijk als

bestuurder van een motorrijtuig (een vrachtwagen), daarmede rijdende over de weg, de

Gorslaan en naderende de kruising of splitsing van deze weg met de Linaeuslaan, op welke

kruising of splitsing de verkeersstro(o)m(en) middels verkeerslichten als bedoeld in het

Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 werd geregeld, zich zodanig heeft

gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend te

rijden, immers is verdachte die kruising of splitsing opgereden en is hij rechtsaf geslagen,

terwijl een in zijn (rij)richting gekeerd, verkeerslicht (inmiddels) geel licht uitstraalde,

en/of heeft verdachte (vervolgens) geen voorrang verleend aan op die kruising of splitsing,

op het naast de hoofdrijbaan van die weg gelegen fietspad en/of voetpad, rechtdoor rijdende

fietsers en/of voetgangers in wier (rij-)/(loop)richting het voor hen bedoelde verkeerslicht

(inmiddels> groen licht uitstraalde en/of (vervolgens) heeft verdachte de zich op het

zebrapad bevindende S. van den Brande (die dat zebrapad was opgegaan nadat het voor

haar bedoelde verkeerslicht groen licht was gaan uitstralen) aan- en/of overreden, waardoor

S. van den Brande werd gedood, in elk geval dusdanig werd verwond dat zij aan die

verwonding(en) is overleden.

Parketnummer: 15/7101 8-09

Inzake: EINFI0Lz blad 2

(feit 1

subsidiair)

hij OP of omstreeks 16 juni 2009 te Purmerend als bestuurder van een voerrijtuig

(vrachtauto), daarmede rijdende over de weg, de Gorslaan en naderende de kruising of

splitsing van deze weg met de Linaeusiaan, op welke kruising of splitsing de

verkeersstro(o)m(en) middels verkeerslichten als bedoeld in het Reglement Verkeersregels

en Verkeerstekens 1990 werd geregeld, die kruising is opgereden en rechtsaf is geslagen

terwijl een in zijn (rij )richting gekeerd, verkeerslicht geel licht uitstraalde,

en/of heeft hij (vervolgens) geen voorrang verleend aan op die kruising of splitsing, op het

naast de hoofdrijbaan van die weg gelegen fietspad en/of voetpad, rechtdoor rijdende

fietsers en/of voetgangers in wier (rij-)/(loop)richting het voor hen bedoelde

verkeerslicht(en) (inmiddels) groen licht uitstraalde(n)

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon

worden veroorzaakt, en / of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden

gehinderd.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot

kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en

dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair

tenlastegelegde feit en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot het

verrichten van een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van tachtig uren, bij

niet of niet behoorlijk verrichten te vervangen door veertig dagen hechtenis, alsmede de

ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van acht maanden.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is bewezen hetgeen verdachte onder primair en

subsidiair ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting gaat de rechtbank uit van het

volgende. Verdachte rijdt op 16 juni 2009 als professioneel chauffeur in een vrachtwagen

(inclusief lading 20.000 kg wegend) met zijn bijrjder op de Gorslaan te Purmerend. Bij het

kruispunt met de Linnaeuslaan wil verdachte rechtsaf slaan en sorteert hij voor op de

rijstrook voor rechtsaf. Wanneer het verkeerslicht op groen springt, trekt verdachte met een

paar autoís voor zich op en bereikt een snelheid van ongeveer 21 km (volgens de tachograaf)

ter hoogte van de stopstreep. Volgens zijn verklaring ziet verdachte dat er om de hoek

fietsers en daarachter voetgangers staan te wachten om de Linnaeuslaan over te steken als zij

groen licht krijgen. Bij de voetgangers staat de 7-jarige Sylvia opgesteld met haar stepje. Op

het moment dat de cabine van de vrachtwagen de stopstreep bijna passeert, ziet zowel

verdachte als zijn bijrijder het verkeerslicht oranje worden. Ook dan ziet verdachte de

voetgangers en fietsers achter het verkeerslicht nog steeds stilstaan. Bij het inzetten van de

bocht mindert verdachte vaart tot ongeveer 11 km (tachograaf) Blijkens beelden van de

reconstructie springen de verkeerslichten voor de fietsers en voetgangers op groen, wanneer

verdachte met zijn vrachtwaeen nog voor de fietsoversteekplaats is.

Parketnummer: 15/710188-09

Inzake: E blad 3

Sylvia begint als enige (met groen licht) op haar stepje over te steken op de

voetgangersoversteekplaats en rijdt volgens (de op 2 m afstand van het ongeval staande)

getuige Gortenmulder tegen de zijkant van de vrachtauto aan. Op het moment dat Sylvia de

weg oversteekt en tegen de vrachtwagen rijdt, kan verdachte haar niet meer zien, roept zijn

bijrijder dat hij moet stoppen en brengt verdachte de vrachtauto tot stilstand. In de meters die

verdachte hiervoor nodig heeft vindt het overrijden van Sylvia plaats.

Uit de analyse van de verkeersregelinstallaties is gebleken dat normaal gesproken de

ontruimingstijd (de tijd tussen de roodfase van het ene licht en de groenfase van het andere

licht hij conflicteren) 3 seconden bedraagt en onder de hier aanwezige bijzondere

omstandigheden (afzetting van de Gorslaan met als gevolg meer verkeer dat rechtsaf slaat in

de richting van de Linnaeuslaan) zelfs 4 seconden zou moeten zijn. De feitelijke

ontruimingstijd die verdachte had om het conflictvlak Vrij te maken bedroeg echter 2

seconden, hetgeen als onvoldoende moet worden beoordeeld, temeer daar het hier een

langzame verkeersdeelnemer betreft.

Uit het voorgaande valt op te maken dat verdachte niet te hard heeft gereden en hij zelfs

vaart heeft verminderd bij het ingaan van de bocht en dat verdachte op meerdere momenten

achter elkaar heeft waargenomen dat de fietsers en de voetgangers bij de oversteekplaats

bleven staan waar ze stonden. Voorts is verdachte onmiddellijk gestopt, toen zijn bijrjder

hem daartoe opriep. Hiermee kan gezegd worden dat verdachte in de gegeven

omstandigheden rijgedrag heeft laten zien dat redeljkerwijs van hem als verkeersdeelnemer,

te weten een professioneel vrachtwagenchauffeur, verwacht mocht worden en dat hij de voor

die situatie vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen.

Met betrekking tot de onjuiste afstelling van de verkeerslichten, als hierboven vastgesteld, is

de rechtbank van oordeel dat ook een getrainde professionele vrachtwagenchauffeur ervan

uit mag gaan dat hij - anders dan in de hier beschreven situatie - bij het naderen van een

verkeerslicht de tijd krijgt om dat kruispunt onder normale omstandigheden vrij te maken.

Een verwijt in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, dat verdachte op zijn minst

aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden, valt verdachte derhalve niet te maken. Hetgeen

hiervoor is overwogen over het verkeersgedrag van verdachte geeft evenmin

aanknopingspunten om hetgeen onder subsidiair is tenlastegelegd bewezen te verklaren.

Vrijspraak dus.

Wij waren hier in eerste instantie uiteraard geschokt over, maar na verloop van tijd konden wij ons hier uiteindelijk wel in vinden.

Met ons verdriet zullen we moeten leren leven, maar als de chauffeur schuldig was verklaard hadden we wellicht ook nog eens een stuk woede in onszelf gehad.

Vraag was natuurlijk, als Sylvia door groen was gegaan en de chauffeur ook, is de gemeente dan niet fout geweest met de afstelling van de stoplichten?

Hierover hebben we een goed gesprek gehad met burgemeester Don Bijl.

Hierin heeft hij duidelijk aangegeven dat naar aanleiding van het ongeval diverse stoplichten zouden worden aangepast ( inmiddels gebeurd).

De stoplichten stonden op het kruispunt weliswaar wat aan de krappe kant afgesteld, maar ook de gemeente valt in deze niet voldoende te verwijten om er een zaak van te maken.